Hoera, 1 jaar - ons eerste jaar met een tweeling
- Dayenne Bos
- 30 jan
- 6 minuten om te lezen
Over het leven met een tweeling, herstel na de bevalling, slaapgebrek en het vinden van nieuwe balans.

De start: liefde en overleven tegelijk
Het afgelopen jaar was alles tegelijk: ontzettend mooi en bijzonder, maar ook intens en zwaar. Een pittige start met een onverwachte keizersnede. Het was een bewuste beslissing, maar kwam wel totaal onverwacht (lees hier mijn geboorteverhaal).
Bij mijn vorige twee bevallingen stond ik enkele uren na de bevalling zelfstandig onder de douche, was ik volledig mobiel en kon ik zelf luiers verschonen. Dit keer was ik de eerste dagen (weken) aan bed gebonden. Zonder hulp naar het toilet gaan of douchen kon niet. Zelf uit bed komen, rechtop staan, een luier verschonen, een baby optillen of aanleggen aan de borst ā het lukte allemaal niet.
Ik was volledig afhankelijk van de hulp van anderen, terwijl ik juist ook een zorgende rol had voor de babyās (en de andere twee kinderen). Tenminste, in mijn hoofd dan. Want in werkelijkheid konden DaniĆ«l, kraamverzorgster Mirjam, de zus van DaniĆ«l (die twee weken bij ons introk) en de ouders van DaniĆ«l (die naast ons wonen) mijn zorgtaken natuurlijk gewoon overnemen. Het enige wat ik hoefde te doen was de babyās voeden. Als DaniĆ«l hen aanlegde, ging dat prima.
Nou ja, prima? De eerste twee dagen wel. Daarna kwamen de kloven en de pijn en moesten we op dag vijf overstappen op kolven en flesjes in plaats van aan de borst (mijn blog over ons borstvoedingsavontuur kun je hier teruglezen).
Maar goed, terug naar mijn herstel. Dag na dag ging het iets beter. Ik geloof dat ik op dag vijf weer zelfstandig naar het toilet kon en staand kon douchen. Mijn darmen hadden wel even tijd nodig om weer op gang te komen, maar op dag tien ā na de nodige laxeermiddelen ā was het eindelijk zover. Alles leek de goede kant op te gaan. Tot dag twaalf.
Joosje had in een paar uur tijd een grote blaar op haar vingertje gekregen. Omdat het zo snel ging ā van een klein rood plekje naar een grote blaar ā trokken we aan de bel. Een uur later zat DaniĆ«l met haar bij de huisarts. Na overleg met de kinderarts werd geconcludeerd dat het om een zuigblaar ging. Dit komt vaker voor bij babyās: door hard zuigen ontstaat er een blaar. Voor ons gevoel klopte dit niet (we zagen haar nooit met haar vingertje in haar mond), maar het klonk ook weer aannemelijk.
De volgende dag vertrouwden we het toch niet. Het leek zich uit te breiden naar andere vingertjes en haar temperatuur liep op. Dus terug naar de huisarts. Daar kregen we direct een doorverwijzing naar het ziekenhuis. Na uren wachten op de spoedeisende hulp ā onbegrijpelijk dat je met een newborn door meerdere artsen in opleiding wordt gezien, die het allemaal niet weten ā zagen we eindelijk een kinderarts die opname noodzakelijk vond.
Thuis gooide ik snel wat kleding en toiletspullen in een tas. Een kolf konden we in het ziekenhuis huren. Finn en ik werden door Daniƫls ouders naar het ziekenhuis gebracht. Want een opname van Joosje betekende ook een opname van mij (in verband met borstvoeding) en dus ook van Finn.
In het ziekenhuis werd Joosje onderzocht en lieten we ook naar een plekje bij Finn kijken. Helaas bleek Finn niet alleen een klein plekje onder zijn kin te hebben, maar ook een wond onder zijn oksel. Conclusie: beide babyās moesten worden opgenomen vanwege een huidinfectie.

Er werden kweekjes en bloed afgenomen en omdat de uitslagen enkele dagen op zich zouden laten wachten ā en de infectie zich snel uitbreidde ā kregen ze allebei een infuus met breedspectrum antibiotica en werden ze nauwlettend in de gaten gehouden.
Het leven stond opnieuw even stil. Onze lieve, kleine baby's met hun volledige arm in het verband met een infuus. De hormonen zorgden ervoor dat de kraamtranen rijkelijk vloeiden.
Gelukkig waren de oudste twee kinderen thuis in goede handen bij de ouders en zus van Daniƫl. Omdat ik zelf nog maar weinig kon vanwege de keizersnede, bleef ook Daniƫl in het ziekenhuis. Lieve Mirjam kwam ons in het ziekenhuis eten brengen. Had ik al gezegd dat ze de beste kraamverzorgster ooit is?
De antibiotica sloeg aan en na drie dagen mochten we gelukkig weer naar huis, met een antibioticakuur die we zelf konden geven. Precies op tijd om thuis mijn 42e verjaardag te vieren. We kropen terug in onze kraambubbel, waar rust en herstel de orde van de dag waren.
Ik heb ongeveer vier weken in de slaapkamer doorgebracht en daarna nog twee weken op de bank. Deze zes weken rust heb ik heel bewust genomen. Daarna was ik weer helemaal āup and runningā, zonder lichamelijke klachten. Het litteken was volledig hersteld.
De dagen stonden vooral in het teken van borstvoeding en kolven, maar het ging goed met ons.
De illusie van rust (maand 4ā5)
Maand vier en vijf voelden als een breeze. De babyās sliepen goed (lang leve de Moonboon), wij kwamen weer op adem en ik vond langzaam ā tussen het kolven door ā ook wat ruimte voor mezelf. DaniĆ«l had een mooie klus en was een aantal dagen per week een paar uurtjes in de studio. Natuurlijk was het aanpoten in mijn eentje met twee babyās, maar ik redde me prima.
Slaapgebrek en grenzen (maand 6ā9)
En toen kwam maand zes. De zomer. Maar ook de slaapregressie, die insloeg als een bom. Vanaf dat moment werd het steeds pittiger. De verzorging van de twins was echt een two man job. Met de week kregen we minder slaap en werden we steeds vermoeider. Overdag hazenslaapjes, ās nachts ieder uur wakker. We sliepen nog maar drie Ć vier uur per nacht. Het was zwaar. Lichamelijk Ć©n mentaal. Met negen maanden besloot ik te stoppen met borstvoeding. Het ging gewoon niet meer. (Lees hier mijn blog over het stoppen met borstvoeding).
Hulp inschakelen als keerpunt
Het was tijd voor verandering. We hadden hulp nodig en schakelden de hulp in van slaapcoach Suzanne. Wat een keerpunt. Binnen een week leerden ze zelfstandig slapen én doorslapen. Van drie à vier nachtvoedingen naar de hele nacht doorslapen. De tweeling was tien maanden en de nachten kwamen terug. Niet meer ieder uur eruit voor een flesje, maar nachten draaien van acht tot tien uur (als we rond 20 à 21 uur in bed lagen). Dit hadden we nodig!
Ook overdag kwamen er lange slaapjes in plaats van hazenslaapjes van vijftien tot twintig minuten. We leerden dat overdag langer slapen óók betekent dat ze ās nachts langer slapen. Het leek te mooi om waar te zijn: overdag drie uur slapen en daarna een nacht van twaalf tot dertien uur. Maar het kan dus echt.
En wat slaap kan doenā¦Vrolijke, energieke babyās. Wij weer genoeg energie om de dag aan te kunnen. Mindspace om dingen te ondernemen: werken, sporten. Een paar weken geleden zijn we zelfs met zān tweetjes ās avonds uit eten geweest, terwijl Annemijn oppaste. Dit hadden we nooit durven dromen. We hebben ons leven terug!
Nu: wie ze zijn
Nu zijn ze ƩƩn jaar. Ze gaan op ontdekkingstocht door het huis: kruipend door de kamer, lopend langs de bank. Ondeugend, nieuwsgierig. Vingertjes aan alles wat niet mag. Hun eigen geluidjes, lachjes samen, eerste woordjes.
Veel knuffelen, handjes vast. Lekker eten (vlees en boter blijven favoriet). Voorgelezen worden door Berend, die maar al te graag meehelpt met de verzorging van de tweeling. Spelen en leren op het kinderdagverblijf. Wat doen ze het goed.
Samen op boevenpad. Samen kletsend in bed. Samen de slappe lach. Maar ook ruzie maken om een speeltje. Elkaar hapjes eten of een speentje geven ā om het vervolgens weer af te pakken. Verbonden, en tegelijkertijd eigen persoontjes.
Finn: energiek en ondernemend. Altijd vrolijk, kruipend achter de bal aan, knuffelend met zijn doekje. Ongeduldig wachtend op zijn fles of hapje. Dansend op Juf Roos, zwijmelend luisterend als papa muziek maakt. Dwars over zijn zusje heen walsen als hij iets leuks ziet, maar ook aankruipen en spaceholden als hij merkt dat zij pijn heeft of verdrietig is. Onze ābolle beerā.
Joosje: zo fijntjes en flexibel. Lenig en onhandig. In de fase van āik wil alleen maar bij mama op schoot knuffelenā, maar ook achter Finn aankruipen en samen op boevenpad. Ondeugend, altijd met haar vingertjes aan dingen die niet mogen. Friemelen aan labeltjes, bakjes in elkaar stapelen. Speentjes afpakken van Finn, haar eten aan hem voeren. Boekjes lezen.
Wat dit jaar me leerde
āNo matter how overwhelmed you are, you can always get more overwhelmed.ā
Dit omschrijft eigenlijk de afgelopen twaalf maanden. Rustiger wordt het gewoon niet. Maar dat is helemaal okƩ.
Dankbaar ben ik voor mijn lichaam, dat op 41-jarige leeftijd 40+1 weken een tweeling heeft mogen dragen. Dat na een keizersnede ā en met de nodige rust in de eerste zes weken ā volledig herstelde. Geen lichamelijke klachten. Weer met gewichten gooien in de gym. Daar heb ik ook veel aandacht aan besteed: rust, gezonde voeding, supplementen, hulp aannemen. Nog nooit eerder heb ik Ć©cht gevoeld dat ik geholpen en gedragen mocht worden. Dat ik hulp kon toelaten. Vertrouwen. Op mijn rots in de branding: DaniĆ«l. Samen konden we dit. Samen kunnen we dit. The team is back together.
Samen plannen maken voor de toekomst: de verbouwing van ons huis, een vakantie naar Portugal, een opleiding volgen, nieuwe kansen als ondernemer. Samen weer een kerstdiner koken voor 25 man.
Iedere dag nog blij en verwonderd dat Finn en Joosje met zān tweeĆ«n zijn gekomen. Precies hoe het had moeten zijn.
Met dankbaarheid en vol vertrouwen kijken we uit naar jaar twee.
En eerlijk⦠Als we jaar één van de tropenjaren zonder al te veel kleerscheuren hebben overleefd, kan jaar twee alleen maar meevallen. Toch?



Opmerkingen